Doom: The Dark Ages gespeeld – Voert iets in zijn schild

Als de Doom-franchise een inspirerend verhaal zou hebben, had ik dit hier even kort samengevat. Een kleine wie-is-wie, wie deed wat en wellicht een waarom er bij. Maar de verdoomden onder ons weten al dat verhaal een voetnoot in deze reeks is, bijzaak op zijn best. Knallen op snelheid is de essentie van deze games. Hakken, beuken en bij tijd en wijlen zelfs een beetje opblazen. Of zoals Doom het zelf altijd perfect verwoordt: Rip and tear.
Dooie boel
Het is woensdag 19 maart, een uurtje of half 8. In het portiek van mijn hotel in Mainz staar ik naar het parkje aan de andere kant van de straat. Het is een graad of 7, maar de overburen liggen al in grote getale rustig te kijken hoe de ene na de andere gamesjournalist langzaamaan katerig het hotel uit komt druipen. Niet dat ze daar een oordeel over lijken te vellen, aangezien ze allemaal twee meter onder de grond liggen. Ik moet het uitgever Bethesda nageven: een hotel tegenover een kerkhof boeken is een masterclass sfeer scheppen alvorens er nog maar een minuut gespeeld is.

Terwijl de katerige colonne langzaamaan naar de bus stiefelt denk ik terug aan Doom (2016) en Doom: Eternal (2020). Niet sinds het origineel uit 1993 werden Doom-games zo goed ontvangen door spelers. En dat is niet zo gek, want wie van compleet doorgesnoven en compromisloze actie houdt, kreeg van ontwikkelaar id Software tot tweemaal toe de overtreffende trap voorgeschoteld. Met een ongekend arsenaal aan brute wapens en heerlijk vloeiende gameplay benaderde beiden delen de power fantasy-perfectie. Die brute, vloeiende actie zonder afleiding mag je met recht de essentie van de franchise noemen. Althans, dat mocht je.
Gewelvige graphics
Wanneer de volgepropte bus met journalisten tot stilstand komt kijken we tegen minikasteel/herenhuis op de berg Jagdschloss Platte aan. Met zo’n naam zal het je niet verbazen dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog Plattegebombardeerd is tot het punt waar alleen de gewelven en het trappenhuis nog stonden. Inmiddels is het gelukkig aardig opgelapt, want binnen staan ergens in die gewelven tientallen retedure pc’s te wachten op hun respectievelijke Doom Slayers. Moet je nog wel even langs de bewaker komen, want buiten staat een vier meter hoge Doom Slayer op ons te wachten. Wanneer de groep (en een verdwaalde wielrenner van in de 60) eindelijk klaar is met kiekjes schieten van het torenhoge hoofdpersonage, kunnen we naar binnen. Ik neem plaats achter een pc waar je een gemiddelde starterswoning in Amsterdam van kunt kopen en mag eindelijk gaan knallen. Of niet?

Ik ben volledig voorbereid op onnatuurlijke ervaringen, maar toch verrast The Dark Ages me vanaf de eerste seconde. Niet met nieuwe niveaus gore of een nóg grotere shotgun, maar met een heuse cutscene. We wisten al lang dat dit deel zich nog voor Doom (2016) af zou spelen, maar in die eerste acht minuten wordt zowaar vertelt hoe we hier terecht zijn gekomen en waarom we iets af gaan knallen. De enige trekker die ik op dit moment kan overhalen is die om de cutscene over te slaan, wat me dan ook weer onbeleefd lijkt. Het moet gezegd worden: voor Doom-begrippen is het filmpje fenomenaal. De graphics ogen geweldig en de stemacteurs hebben aardig hun best gedaan. Er wordt nog net iets teveel uitgelegd in plaats van dat we het simpelweg kunnen zien, maar dat mag je id Software voor deze eerste serieuze poging om een verhaal te vertellen vergeven.
Mag ik dan nu eindelijk schieten?
Fuck yes is het volmondige antwoord op de vraag hierboven. Wie bang is dat je na acht minuten verhaal een balletjespistool in de handen gedrukt krijgt, hoort hier het verlossende antwoord: aan achterlijke wapens geen gebrek. Ik mag in ongeveer drie uur tijd een aantal levels spelen en zowel vertrouwde als nieuwe wapens passeren de revue. Stuk voor stuk schieten ze heerlijk weg.

Een van die nieuwe wapens is, nou ja, niet echt een wapen. Hij is ook niet echt optioneel. In een van mijn knuisten zit namelijk een klein, rond schild. Het schild doet schilddingen, zoals niet een tweede shotgun zijn en je beschermen tegen inkomend vuur. Het ding zit daar overigens niet voor de sier, het is meteen duidelijk dat in dit nieuwste deel jezelf verdedigen niet optioneel is. Voor de Doom-liefhebbers onder ons is dit even slikken, want deze wijziging heeft grote gevolgen voor de gameplay.
Laten we beginnen met het slechte nieuws voor de puristen: de snelheid waarmee je jezelf door levels beweegt gaat drastisch achteruit. Doom is niet langer een marathon waarbij je je eigen kogels voorbij probeert te rennen, maar een serie aan sprints waarbij verdedigen en aanvallen hand in hand gaan. Het goede nieuws is dat het schild dankzij de ingebouwde kettingzaag in de rand (wtf, id Software?!) die korte sprints wel vermakelijk houdt.

Ik spring met het schild op een of ander hels gedrocht en sla hem de hersens in. De shotgun maakt het klusje af en ik werp vervolgens het kettingzaagschild midden in de borstkas van een joekel die me probeert te besluipen. Ik vis het schild uit zijn ribbenkast, schiet een gigantische metalen staak door z’n hoofd en til het schild op om een paar kogels tegen te houden. Dat geeft me net genoeg tijd om het volgende doelwit uit te zoeken voor de volgende sprint. Het is even wennen, maar het is niet niet leuk.
Houdoe, hels tempo
Geweren en gruwelijke griezelmoorden mogen dan nog steeds in het Doom-DNA zitten, het is wel duidelijk dat de intrede van cutscenes en het schild van dit deel een ander beestje maakt. Het is toegankelijker voor de gemiddelde speler, maar de Doom-purist zal er ongetwijfeld aan moeten wennen, als ze dat al kunnen. Zeker aangezien de vaart er nog verder uit gaat door de introductie van openwereldlevels.

Doom is niet langer een volledig lineaire ervaring. Ik speel een van deze openwereldlevels door, waarin ik collectibles verzamel, grondstoffen voor upgrades verdien en een easter egg of twee kan vinden. En op de omgeving is niks aan te merken: het ziet er schitterend uit, met zowaar een gevecht tussen een robot en een demoon van formaatje wolkenkrabber op de achtergrond. Echte quests zijn er niet en de open spelwereld zit tjokvol demonen om aan stukken te schieten, maar het haalt wel de vaart uit je spelbeleving. Wat je daar van vindt is helemaal aan jou, maar ik had liever zinloze hordes demonen een retourtje naar de hel gegeven in een iets rechtere lijn.
Is Doom: The Dark Ages dan geen Doom meer? Laat er geen twijfel over bestaan: dit meest recente deel heeft absoluut Doom-DNA. Zie het als een broertje van de voorgaande twee delen: exact hetzelfde zijn ze niet, maar als je de vorige twee aardig vond kun je jezelf ook prima vermaken met het nieuwste familielid. Hij is wat trager en kan af en toe onnodig uitweiden over dingen, maar als het op knokken aankomt is hij net zo geweld(dad)ig als zijn oudere broers.
Doom: The Dark Ages vanaf 15 mei verkrijgbaar voor pc, Playstation 5 en Xbox Series X/S. De game staat op release ook meteen op Xbox Game Pass.
Opmerkingen